Home

  Kinderen   Leven in Tamale   Vragen   Tradities   Scholen  

Leven in Tamale: Waar denk jij aan als ik zeg "Vuur".

 Meer leven in Tamale
Kies hier onder het onderwerp waar je meer van wilt weten.
 • Als ik aan vuur denk
 • Als ik aan water denk
 • Als ik aan afval denk
 • Als ik aan markt denk
 
Salim, 14 jaar
Klas 1 SHS (Senior High School)

Als we zoals nu in het droge seizoen zitten en ’s morgensvroeg wakker worden kan het behoorlijk koud zijn. Dan maken we buiten een vuurtje waar we omheen gaan zitten om ons te warmen.  Mijn moeder maakt dan ook een vuur waar ze een grote pan met water op zet zodat we een warme emmerdouche kunnen nemen! We hebben thuis elektriciteit, maar als het light-off is, dan maakt mijn moeder van een oud blikje een lamp waar ze kerosine in doet, dat is een soort petroleum. Ze hangt er een lont in die we dan aansteken en zo hebben we toch nog licht! Het walmt wel erg en het stinkt ook, maar dat is beter dan helemaal in het donker te moeten zitten!
Ik heb ook een keer heel veel brandjes gezien op straat. Het was in de verkiezingstijd en twee partijen kregen ruzie. Ze staken auto’s en brommers en allerlei andere spullen in de brand! Toen de politie en de militairen kwamen om iedereen weg te jagen ben ik snel naar huis gerend! De brandweer kwam gelukkig om alles weer te blussen!
En natuurlijk denk ik bij het woord vuur aan het Fire-Festival! We vieren dit ieder jaar rond December. De moslims gedenken dan het moment dat vroeger de profeet Mohammed verdwaald was en iedereen fakkels maakte om hem weer terug te vinden!
Traditioneel heeft het ook nog een andere betekenis… We lopen allemaal met onze fakkels naar een speciale plaats toe waar we onze fakkels neergooien. Dat is symbolisch. Hiermee gooien we onze zorgen en moeilijkheden aan de kant. We klimmen in een boom en plukken er een verse tak uit met bladeren. Thuis ritsen we de bladeren eraf en snijden we de tak in kleine stukjes. We maken er een soort soep van! We wassen ons met dat water en drinken ervan. Wij geloven dat dat ons kracht geeft voor het nieuwe jaar en we zo een oplossing kunnen vinden voor onze zorgen en problemen. Op deze dag wensen we iedereen ook: “Nittie yoem palli!” wat “Gelukkig Nieuwjaar” betekent!
 
Het Fire-Festival
 

Super stoer!
Kijk, dat vind ik nou super stoer… Rondom Tamale zijn het niet de jongens die in de hoogste bomen klimmen maar de meisjes!

Aan het eind van het droge seizoen, als de bladeren van de cacaoboterbomen vallen, gaan de meiden op zoek naar de dode takken in deze bomen. De onderste takken proberen ze eraf te breken met een lange stok waar een spijker doorheen zit die een haak vormt. Je legt die om een takje en geeft er een flinke ruk aan.

Maar dode takken zitten ook boven in de boom waar je vanaf de grond niet bij kunt… Geen probleem voor deze kanjers! Ze klimmen erin, zo hoog als ze kunnen en breken de takken er gewoon af. Soms zingen de meisjes in de toppen van de bomen en dat is zo prachtig om te horen… alsof je heel bijzondere vogels boven je hoofd hoort!

Vorig jaar viel er in dit dorpje vlak bij Tamale een meisje uit de boom en brak haar pols. Op de traditionele manier maakten ze een smeerseltje van peper, houtskool en andere medicinale kruiden en smeerden dat erop totdat het was genezen. En dat meisje zag ik vandaag weer hoog in de boom zitten… Helemaal niet bang na haar reuze val van vorig jaar!

De kleine takjes worden gebruikt als aanmaakhoutjes. Daar wordt een vuurtje van gemaakt bovenop de dikkere takken. En als de fik er lekker in zit kan de pot op het vuur!

 
 
Hamdan, 14 jaar
Klas 1 JHS (Junior High School)

Als ik aan vuur denk dan denk ik aan het houtskool waar mijn moeder op kookt. Ze kan een grote, volle baal niet betalen, daarom koopt ze elke dag een klein plastic zakje vol wat precies genoeg is om op te koken voor die dag.
Bij onze buren is een keer brand uitgebroken. Ze gebruikten op een avond veel teveel stroom omdat ze de tv aanhadden, de koelkast was aangesloten en ze waren ook nog dingen aan het opladen. Toen brandden de elektriciteitsdraden door die los door het huis hingen en toen brandde hun hele kamer af…
Dit jaar ben ik ook weer naar het Fire-Festival geweest. Ik mag niet elk jaar van mijn vader want er gebeuren daar soms rare dingen! Er zijn veel jongens met geweren waar gewoon poeder in zit wat een flinke knal geeft, maar ze zeggen dat er soms ook jongens echte kogels in stoppen… Daarom mag ik het ene jaar wel en het andere jaar niet. Dit jaar mocht ik gelukkig dus wel en van mijn opa kreeg ik speciale kleren die ik moest dragen. We gingen in een grote optocht naar een plek waar we onze brandende fakkels allemaal neergooiden en dan moet je proberen om een groene tak met bladeren weer mee terug te nemen. Iedereen klimt dan in een boom en breekt een tak af. Het is een heel bijzonder, spannend feest en je moet de drums dan eens horen…
 
 
Houtskool
 
 
 
 
‘Als jullie willen eten, dan moeten jullie toch echt de handen uit de mouwen steken!’ Moeder Latifa snapt wel dat haar kinderen niet altijd zin hebben om mee te helpen en dat spelen natuurlijk ook veel leuker is, maar met zo’n groot gezin zal toch iedereen zijn steentje bij moeten dragen… Met een zucht staken ze hun potje voetbal en slenteren naar de cacaoboterboom, waar moeder Latifa met de handen in haar zij op hen staat te wachten. Mohammed, Alhassan en Hakim willen jullie de schapen zoeken en terug naar huis brengen? Sharifa en Ayisha, ik heb jullie hulp nodig bij het koken. Babam en Rahim, maken jullie de geitenstal schoon? En Fadila en Karima, ik wil dat jullie op zoek gaan naar brandhout. We zijn door al het hout heen!’ Fadila en Karima kijken elkaar opgewekt aan. Dit is niet de vervelendste klus die er gedaan moet worden!  Ze pakken elk een cutlass -een groot ijzeren hakmes- en gaan naar de slijpsteen, die half ingegraven in de grond onder de cacaoboterboom ligt. Ze slijpen hun cutlass superscherp door hem hard over de natte steen heen en weer te halen en gaan daarna op weg.

De hutten van deze grote familie staan in een klein dorp, net buiten de grote stad Tamale. Dat is fijn, want ze zitten dus zo in de bush om het hout bij elkaar te sprokkelen. Maar veel mensen halen hier hun hout vandaan, dus moet er steeds verder gelopen worden. Bijna iedereen in Ghana is afhankelijk van brandhout of houtskool om op te koken. Er zijn natuurlijk ook mensen die een gasfles gebruiken of elektrisch koken, maar dat zijn er niet zoveel. Er worden hierdoor heel veel bomen gekapt. Bestond Ghana vroeger bijna helemaal uit regenwoud, nu is daar maar weinig meer van over…

Het hout dat ze mee moeten nemen, moet vooral droog zijn. Het hout moet dus dood zijn, anders zitten er nog teveel sappen in, waardoor het niet goed kan branden. De regen kan natuurlijk het hout ook aardig nat houden, maar gelukkig zitten ze midden in het droge seizoen.

‘Moet je kijken!’, zegt Karima. ‘Hier zijn de bush-fires ook al geweest’, en ze wijst op een flinke lap grond die helemaal zwartgeblakerd is. Puntjes vers groen gras piepen er gelukkig alweer doorheen. De natuur herstelt zich gelukkig heel snel!

In het droge seizoen komt elk jaar een groot gedeelte van de bush van Ghana om in de vlammen. Meestal wordt ’s nachts de boel in de fik gestoken. Akkers worden in brand gezet door boeren, om ze te ontdoen van onkruid. Slecht voor de natuur, maar ook wel weer een beetje begrijpelijk dat het zo gebeurt. De meeste boeren hebben geen geld om een tractor te laten komen die hun akkers omploegt. Gif spuiten om het onkruid te doden is vaak te kostbaar en om alles met de hand te doen, kost gewoon te veel tijd en energie. Gebieden worden ook in brand gezet door jagers die met het vuur de dieren op willen jagen, waar ze dan een hele koppel honden achteraan sturen om de buit te vangen… Ook door de extreme droogte en hitte vatten droge gebieden zomaar spontaan vlam. 

Karima en Fadila zien een kleine verkoolde boom staan en ze lopen erop af om die in mootjes te hakken. Fadila vraagt:, ‘Als ik de boom kaal sla, wil jij dan de lange takken nog een keer doormidden tjakken?’ ‘Prima!’, antwoordt Karima en ze gaan ijverig aan de slag. De cutlass is scherp en ze moeten goed oppassen dat ze zichzelf of elkaar niet verwonden.
Fadila voelt iets op haar hoofd terecht komen. Ze veegt het eraf en ziet een zwarte veeg op haar vingers. Ze kijkt omhoog en mompelt: ’zwarte sneeuw…’. Hoewel niemand hier in Ghana ooit echte sneeuw heeft zien vallen op hun land, weten ze allemaal dat sneeuw wit moet zijn en als vlokjes naar beneden komt. Karima tuurt ook omhoog en ziet de zwart verkoolde resten van onkruid naar beneden dwarrelen. ‘Ze zijn hier in de buurt weer flink aan het fikken’, zegt Karima. Ze werken hard door en als de boom kaal is, hebben ze een flinke bundel takken op een hoop liggen.  Fadila vist een reep stof uit haar zak  en bindt die vakkundig om de stapel takken. ‘Dat is één!’, lacht ze en ze veegt het zweet van haar voorhoofd. Ze leggen de bundel naast de weg om die op de terugweg mee te nemen en lopen verder de bush in.

‘Kijk Karima, ik zie daar rook kringelen achter die struiken… Zullen we eens kijken?’ ‘Ja, maar voorzichtig zijn hoor, waar rook is, is vuur!’ Ze slaan zich een weg door de struiken en zien een grote berg grond waar rook uit komt… Vreemd!

‘Good afternoon’, klinkt plotseling een zware stem achter hen en verschrikt kijken ze om. Een oude man kijkt hen vriendelijk aan. ‘Wat doen jullie hier?’, vraagt hij’ ‘We zijn hout aan het sprokkelen meneer, en toen zagen we hier rook en zijn we gaan kijken. Maar wat doet ú hier als ik vragen mag?’ ‘Ik maak van hout houtskool’.  ‘Oh?!’, zegt Karima. ‘Wij gebruiken dat ook vaak, maar ik heb nooit gezien hoe dat gemaakt wordt…mogen we even kijken?’ ‘Ja hoor’, zegt de man. Hij is net bezig een nieuwe hoop op te zetten. Hij legt een aantal stammen neer en dwars daarop stapelt hij allerlei takken en boomstammen. Karima en Fadila helpen hem met het aangeven van het hout. De man legt het zorgvuldig neer, dicht naast elkaar. Als het laatste hout gepakt is, is de bult hoger dan Karima en Fadila. ‘Nu moet er gras over’, zegt de man. ‘Ik zie dat jullie een cutlass bij jullie hebben, helpen jullie even mee?’ Even later staan ze alle drie ijverig gras te snijden. Met elkaar leggen ze een dikke laag gras over al het hout heen, zodat je niet meer kan zien wat er onder ligt. Dan pakt de man een ho, een, kromme, korte, typisch Afrikaanse schep. Hij heeft er nog een paar extra en samen scheppen ze over de dikke laag gras nu een flinke laag grond. Er is niets meer te zien van het gras, alleen een grote bult zand. Rondom maakt de man nu onder aan de hoop grond zo’n zes openingen. ‘Dat is om wat lucht erin te krijgen, het vuur in één ervan aan te maken en om de rook er straks uit te laten komen. Wil je even wat aanmaakhoutjes verzamelen Fadila?’ Fadila vindt het prachtig dat ze mee mag helpen en in een mum van tijd heeft ze een hand vol kleine droge takjes verzameld. Ze mag het in één van de openingen stoppen en aansteken. Even later komt er rook uit alle gaten.
 

 
Bush-fire om het onkruid kwijt te raken... midden op de dag en vlakbij het dorp!   Bushfire vlak bij de huizen....

Tevreden gaan Fadila en Karima op een boomstam in de schaduw zitten. Ze zweten ontzettend. Houtskool maken is zwaar werk! ‘Zullen we nog even wachten tot het klaar is?’, vraagt Karima. ‘Oké!’, zegt Fadila… De man schiet in de lach. ‘Nou, dan zitten jullie hier nog wel even hoor! Dit moet namelijk een week smeulen! Als ik jullie was zou ik daar maar niet op wachten. Kom volgende week maar terug, dan mogen jullie helpen. We gaan dan boven op de bult staan, die een eind in zal zakken onder ons gewicht. We stampen en springen erop, zodat de lange takken houtskool breken en dan gaan we de brokken tussen de grond uit vissen. We laten ze afkoelen en gaan ze in zakken stoppen. Dan hebben jullie het hele proces meegemaakt!’

‘Tof!’, zeggen ze bijna tegelijk. ‘Maar nu moeten we verder meneer, we moeten nog een hele bundel brandhout verzamelen, voordat we naar huis kunnen en zo te zien is het al vijf uur geweest!’ ‘Er liggen hier nog genoeg takken. Verzamel die maar, dan zijn jullie lekker snel klaar! Als dank voor jullie hulp!’, zegt de aardige meneer. In een mum van tijd heeft Karima een flinke takkenbos op haar hoofd. Ze lopen samen terug op zoek naar het sprokkelhout van Fadila. Het wordt al snel schemerig. Ze hebben zich toch een beetje vergist in de tijd…

Vlak voordat ze bij Fadila’s bundel zijn, horen ze geknetter achter zich. Geschrokken kijken ze alle twee om… VUUR…!!! Het is nog ver weg, maar het komt razendsnel dichterbij…’RENNEN!!!’, roept Fadila en ze rennen zo hard ze kunnen. Fadila grist haar takkenbos van de grond als ze er langs snelt en slingert die op haar hoofd. ‘Karima!, we moeten weg bij het droge gras! We moeten naar de kuil!’  Met de kuil bedoelt Fadila het grote gat midden in een akker. Dat is de plek waar mensen hun klei verzamelen om hun hutten van te maken. Dat stuk is kaal… Daar kan het vuur niet om zich heen grijpen. Ze proberen te hollen, maar het valt niet mee. De takkenbossen zijn zwaar, het is nu bijna donker en ze struikelen over van alles en nog wat… Bovendien zit het vuur hen op de hielen en daar worden ze zó zenuwachtig van! Gelukkig kennen ze hun omgeving goed en kunnen ze de kuil blindelings vinden.

Fadila rent voorop en als ze de kuil ziet roept ze keihard: ’YES!’ en springt er met takkenbos en al in. Ze verwacht dat Karima ook achter haar er induikt, maar ze komt niet.  Fadila klautert meteen de kuil weer uit en hoort nu Karima om hulp roepen boven het geknetter van vuur uit. Fadila springt de kuil weer in en grijpt haar cutlass. Ze tjakt een tak van een dicht bijstaande boom waar nog veel blad aan zit en rent ermee naar Karima. ‘FADILA, HELP!!!, m’n voet zit vast!!!’, gilt ze naar haar.  Fadila ziet in een flits wat er aan de hand is. Karima is in een val gelopen. Er zit een klem om haar voet, waar iemand een lekker dier mee had willen vangen om op te eten. Gelukkig heeft ze haar dikke schoenen aan en zit de klem aan de zijkant door haar schoen geboord.  Karima is in paniek en weet niets anders te doen dan ‘HELP!!!’ te schreeuwen. Het vuur is nu om hen heen en Fadila reageert koelbloedig… Ze slaat met de tak het vuur om hen heen uit en gilt dat Karima haar schoen uit moet trekken. Karima worstelt ermee maar uiteindelijk lukt het haar. Op één schoen rent ze vervolgens naar de kuil, haar zware takkenbos achter zich aan slepend, met Fadila om zich heen slaand achter haar aan. Als ze eindelijk veilig samen in de kuil zitten, beseffen ze pas in wat voor gevaarlijk avontuur ze zaten. Karima kijkt naar haar blote voet en weet dat haar schoen verbrand zal zijn. Fadila heeft haar half gesmolten teenslippers uitgedaan en bekijkt de schroeivlekken in haar kleren… ’He Fadila… bedankt!’, zegt Karima zacht. Het vuur is hen voorbij gesneld en is bijna gedoofd, omdat de kale klei geen vlam kan vatten. Karima hinkt op één schoen naar haar verbrande schoen en ze gaan er alle twee even op hun hurken bij zitten om te bekomen van de schrik. Karima besluit alles mee te nemen naar huis…als een trofee…

Het is inmiddels pikdonker. Het enige ‘vuur’ dat ze onderweg nog zien zijn de honderden lichtpuntjes van vuurvliegjes die tussen het hoge gras doorvliegen.  En dan zien ze uiteindelijk het kook vuur thuis waar iedereen omheen zit en ongerust op hen zit te wachten. Zodra ze Karima en Fadila aan zien komen, rennen alle broers en zusjes hen tegemoet. Ze nemen de takkenbossen over en luisteren ademloos naar het verhaal dat Karima en Fadila te vertellen hebben…
 

   
Het meisje met de zwavelstokjes....   Houtskool te koop in kleine porties!   Strijken zonder stroom met gewoon brandende kooltjes in een ijzeren strijkbout....
 
Als ik denk aan vuur dan denk ik aan het hout waar we op koken. Als het hout op is moet ik nieuwe gaan kopen van mijn moeder. Het hout leg ik op een schaal en op mijn hoofd draag ik het naar huis. Als we veel nodig hebben is dat best zwaar!
Ik draai dan een doek in een rolletje op mijn hoofd want anders doet het zeer!
Gelukkig hoeven we het zelf niet te gaan zoeken en te kappen. Hier in de stad zijn veel plaatsen waar ze het met een grote vrachtwagen komen brengen en daar kun je het dan gaan kopen. We koken thuis ook op houtskool wat we in een soort stoof doen. Meestal koken we buiten, maar als het hard waait of regent dan doen we het gewoon in huis. Ik zou niet graag op gas willen koken, want ik weet niet goed
 
Als ik aan vuur denk ....

Shafawu, 13 jaar
Klas 5 (groep 7) Primary School
 

Shafawu kookt soep op houtskool

  hoe dat werkt en misschien laat je het dan ‘s nachts wel aan staan en vliegt je huis in de brand!
Mijn zus vertelde dat er eens een vrouw rijst aan het bakken was in olie en dat de vlam in de pan sloeg… Het vuur heeft de heel buurt in brand gezet!
Ieder jaar vieren we natuurlijk het Fire-Festival in Tamale. Iedereen maakt een fakkel van gras en we gaan dan met elkaar zingend over straat. Op een speciaal teken steken we onze fakkels allemaal aan… Dat is zo’n mooi gezicht! Soms doen we speciaal poeder op de top en dan knettert het net alsof je met een klapperpistool aan het schieten bent! Ik trek dan altijd oude kleren aan want je krijgt altijd wel brandplekjes in je kleren! Ik maak mijn gezicht altijd wit met talkpoeder en dan zie ik er heel eng uit! Maar er lopen mensen bij die er nog veel griezeliger uitzien hoor!
 
 

Het Fire-Festival in Tamale